|

Alles over straat- veldnamen e.a. topomiemen in de gemeente
Helden, door H.M. Thiesen
De Braampeel TC "4.6.
Neer\:
Boerderijweg,
Doorbrand " \l 2
De natuur in onze regio is sterk beïnvloed
door de mensenhand. In 1957 is men in de gemeente Neer op initiatief van de
Cultuur technische Dienst en de Limburgse Landbouwbond, in samenwerking met
de gemeente, gestart met een ruilverkaveling. Deze proefruilverkaveling
omvatte bijna geheel Neer. Het Rijk droeg 75% van de kosten. Het streven om
de landerijen van de eigenaren en de pachters zoveel mogelijk bij elkaar te
brengen zou een meer rendabele en efficiënte bedrijfsvoering mogelijk maken.
Het gebied waar de Boerderijweg ligt werd, vanuit Neer gezien, “de Punt”
genoemd. In dit gebied hebben zeer veel ontginningen moeten plaats vinden om
geschikte land- en weidegronden te verkrijgen. Her en der lagen in dit
gebied vennen. Het valt niet altijd met zekerheid te zeggen of deze vennen
en of kuilen uitgegraven of op natuurlijke wijze zijn ontstaan.
Een poel of ven had vaak in het verleden een of meerdere functies gehad. De
mens haalde hier zijn turf. Er zijn zelfs kuilen bekend waar de aanwezige
vis werd verpacht. Ook voor de natuur zijn waterpoelen van altijd van groot
belang geweest voor flora en fauna. Frans en Ria Joosten hebben in 2006 het
initiatief genomen om bij hun bedrijf aan de Boerderijweg een waardevol
stukje natuur in oorspronkelijke staat terug te brengen, De Braampeel.
Op Tranchotkaart 39 'Swalmen' uit
ca. 1802 wordt ter hoogte van de omgeving Boerderijweg “de Braampeel”
nog niet vermeld. Op de kadasterkaart, 1e blad, Brumhold sectie
E. uit 1842 komt het ven wel voor. In het dialect wordt dit ven “de
Brempiel” genoemd. Zeer waarschijnlijk gaat het hier dan ook om de hier
veel voorkomende Bremstruiken ook bekend onder de naam bezembrem. De
Latijnse naam voor deze brem is n.l. scoparius dat is afgeleid van scopae.
Dit betekent bezem. Deze naam dankt hij aan zijn bezemachtige groei. In het
verleden werd de brem ook veel gebruikt om er echt een bezem van te maken.
Rondom een steel werd dan een bundel bremtakken vastgebonden. Hier kon men
mooi de spinraggen mee vegen op de stallen. Deze struiken hebben in het
voorjaar prachtige goud gele bloemen en trekken veel insecten en vlinders
aan. Ook kon het wild zich goed verstoppen in stroken met bremstruiken. Bij
dit oude ven stonden veel bremstruiken. Toen men de Nederlandse naam
opschreef werd de naam gemakshalve Braampeel en niet “Brempiel”. Het
tweede woord in de naam, peel wijst erop dat men hier waarschijnlijk turf
uit de grond heeft gehaald. Turf was in het verleden een kostbare brandstof.
Niet ver van de Braampeel lagen op de Egchelhei tussen het Afwateringskanaal
en de huidige Melkweg vennen met namen als de Kesselse kuilen.
Hier haalde Kesselse inwoners hun turf.
|